Voor neurodivergente mensen kan het soms best lastig zijn om werkgeluk te vinden. Onbegrip, vooroordelen en soms zelfs dat mensen jou als een bedreiging zien binnen een team of organisatie. Dat zijn dingen die ik regelmatig hoor en zie gebeuren.
Mijn ervaring met neurodivergente mensen is juist dat ze stuk voor stuk prachtige eigenschappen hebben. Alleen… ieder met zijn of haar eigen breinhandleiding. En die handleiding heeft niet altijd hetzelfde aantal pagina’s. Soms is hij geschreven in een taal die een ander niet begrijpt en soms ontbreekt er gewoon een hoofdstuk 😉. Maar als je niet begint met lezen, zul je ook nooit ontdekken welk verhaal erin staat.
Voor mij zit daar precies de kern van werkgeluk. Het begint bij de bereidheid om iemand écht te willen begrijpen en te zien waar iemands behoeften liggen.
Hype of bewustwording?
Op social media zie ik de laatste tijd twee bewegingen. Aan de ene kant lijkt neurodivergentie soms wel een hype te worden en aan de andere kant ontstaat er steeds meer labelmoeheid. En eerlijk? Ik snap beide.
De wetenschap rondom het menselijk brein staat namelijk nog steeds in de kinderschoenen. Tegelijkertijd weten we inmiddels veel meer dan een aantal decennia geleden. Ons beeld van hoe ons brein informatie verwerkt, is behoorlijk veranderd.
Vroeger werd bijvoorbeeld nog weleens uitgelegd dat informatie als blokjes door een soort raster in onze hersenen valt. Bij neurodivergente mensen zouden die blokjes groter of anders van vorm zijn, waardoor informatie minder makkelijk of snel wordt verwerkt. Inmiddels weten we dat het allemaal een stuk ingewikkelder ligt.
Recent onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat ons brein vooral een voorspellend systeem is. Het probeert voortdurend te voorspellen wat er gaat gebeuren, op basis van eerdere ervaringen. Bij bijvoorbeeld autisme lijken er verschillen te zijn in hoe voorspellingsfouten worden verwerkt. Dat kan invloed hebben op hoe iemand informatie en prikkels ervaart en interpreteert (bron: Autisme en het voorspellende brein, 2021).
Van losse labels naar één spectrum
Ook de manier waarop we diagnoses benoemen is veranderd. Waar we vroeger bijvoorbeeld spraken over autisme type 1, 2 en 3 of Asperger, spreken we nu over één spectrum: ASS (bron: hersenstichting). Ook ADD en ADHD zijn tegenwoordig samengebracht onder de noemer ADHD.
Dat betekent niet dat er minder verschil is tussen mensen, maar juist dat we beter begrijpen dat het om variaties binnen één breinprofiel gaat in plaats van strikt afgebakende hokjes. Twee mensen met dezelfde diagnose kunnen totaal verschillend functioneren, andere behoeften hebben en andere kwaliteiten meebrengen.
Hoe meer er bekend wordt, hoe meer mensen zich herkennen in bepaalde kenmerken. Dat verklaart mogelijk ook waarom steeds meer mensen openlijk delen dat ze ADHD, ASS of hoogbegaafdheid (HB) hebben of laten onderzoeken.
Het risico van één verhaal
Tegelijkertijd zie ik ook een valkuil. Op social media wordt vaak één herkenbaar verhaal verteld over een diagnose. Een ADHD-influencer geeft bijvoorbeeld een bepaald beeld af, maar dat beeld hoeft niet representatief te zijn voor iedereen met ADHD. Tuurlijk kan het hartstikke waardevol zijn, maar het is natuurlijk maar één verhaal.
Hetzelfde geldt voor autisme. Ken je één persoon met autisme, dan ken je één persoon met autisme. Want doordat we zoveel herkenbare verhalen zien, kunnen we onszelf ook heel makkelijk herkennen in losse kenmerken en vervolgens misschien denken: zie je wel, dat heb ik dus ook. Dat kan helpend zijn, maar het kan ook zorgen voor een te strak beeld van iets wat juist ontzettend divers is. En die diversiteit moeten we volgens mij blijven zien. Er zit immers ook overlap in de verschillende domeinen.
Labelmoeheid en de behoefte aan begrip
Door alle aandacht voor neurodivergentie ontstaat er ook steeds meer labelmoeheid. Waarom moet iedereen een label krijgen? Kunnen mensen niet gewoon zichzelf zijn? Die vraag is begrijpelijk. Tegelijkertijd merk ik in mijn eigen leven, als moeder van een zoon met ASS, dat zo’n ‘label’ of diagnose juist ook helderheid kan geven. Niet omdat het iemand vastzet, maar omdat het helpt om beter te begrijpen hoe iemands brein werkt.
Door psycho-educatie weet ik bijvoorbeeld beter wat wel en niet werkt in het contact met mijn zoon. Ik kan sneller schakelen, raak minder snel gefrustreerd en kan beter aansluiten bij wat hij nodig heeft. Het gaat voor mij dus helemaal niet om het label. Het gaat om de handleiding, waarmee je een persoon daardoor beter leert begrijpen.
Ik ben zelf overigens nog niet gediagnosticeerd; de aanvraag loopt. Maar ik herken wel veel. En los van welke diagnose dan ook, is er voor mij één ding heel duidelijk: Je niet begrepen voelen is zwaar. Ongeacht de reden.
Werkgeluk begint bij gezien worden
We brengen een groot deel van ons leven door op ons werk en dan lijkt het mij niet meer dan logisch dat we daar ook zoveel mogelijk onszelf moeten kunnen zijn. Werkgeluk gaat voor mij dan ook niet alleen over leuke werkzaamheden of een goed salaris. Het gaat ook over erkenning. Over ruimte krijgen. Over gezien worden. En over een omgeving waarin je niet steeds hoeft uit te leggen waarom jij dingen anders doet.
Op de werkvloer kunnen neurodivergente mensen bijvoorbeeld uitspraken horen zoals:
- “Jij weet ook altijd alles beter.”
- "Jij bent chaotisch.”
- "Jij weet ook nooit wat je wilt.”
- "Jij bent wel heel gevoelig, hè?
- "De ene keer is het te veel en de andere keer te weinig.”
- "Verander je nu alweer van baan?”
- "Wanneer houd je nou eens iets vol?”
- "Wat een wijsneus zeg…”
Maar wat gebeurt er als we die uitspraken eens anders bekijken?
“Jij weet alles beter” kan bijvoorbeeld ook betekenen: iemand denkt snel, ziet verbanden en overziet situaties breder dan gemiddeld.
“Chaotisch zijn” kan samenhangen met een ander informatieverwerkingssysteem, waarin prioriteiten sneller verschuiven of prikkels anders binnenkomen.
“Je verandert alweer van baan” kan net zo goed betekenen dat iemand gevoelig is voor onderprikkeling of juist snel groeit in een rol en daardoor nieuwe uitdagingen nodig heeft.
En “je bent wel heel gevoelig” hoeft helemaal geen zwakte te zijn. Het kan ook betekenen dat iemand emoties, sfeer en signalen in een ruimte heel snel oppikt.
Misschien moeten we dus niet altijd meteen kijken naar wat iemand niet goed doet. Maar eens wat vaker naar de vraag: Wat probeert dit gedrag ons eigenlijk te vertellen?
Tot slot
Misschien is dat voor mij wel de kern. Neurodivergentie is geen modieus label en het is ook geen probleem dat opgelost moet worden. Het is een andere manier van waarnemen, denken, verwerken en reageren. Werkgeluk ontstaat wat mij betreft wanneer er ruimte is voor al die verschillende breinhandleidingen.
Want uiteindelijk geloof ik dat dit voor iedereen geldt: wie zich begrepen voelt, kan floreren.
Dus, welke handleiding ga jij hierna lezen?